De Gele Rijders
Dit jaar (2008) bestaat het Korps Rijdende Artillerie al weer 215 jaar. Het
Korps, de Gele Rijders genoemd, werd opgericht 21 februari 1793. De prachtige
uniformen met de gele of gouden tressen bezorgden het Korps de bijnaam "Gele
Rijders". In 1842 kreeg het Korps van koning Willem 2 deze uniformen en tijdens
galavoorstellingen worden ze nog steeds gedragen. Al in 1794 bewees het Korps
zijn waarde door in België de Fransen bij de Maas tegen te houden, waardoor het
Nederlandse Leger voor omsingeling werd behoed. In 1815, onder Prins Willem,
leverden de Gele Rijders slag bij Quatre Bras en in 1830 trokken ze mee in de
tiendaagse veldtocht. In 1937 werd Prins Bernhard officier bij het
Koninklijk Huis
De Rijdende Artillerie heeft een nauwe historische band met het
Koninklijke Huis
en de stad
Den Haag.
Tijdens de regering van Koning Willem II gingen de Gele Rijders aan kop in de
Koninklijke stoet bij de opening van de Staten-Generaal. Tegenwoordig is de
eenheid verantwoordelijk voor het afvuren van saluutschoten bij plechtigheden
rond het Koninklijk Huis. Ze deed dat onder meer bij het huwelijk van kroonprins
Willem-Alexander
en prinses
Máxima,
de geboorte van erfprinses
Amalia
en bij de begrafenissen van prins
Claus,
prinses
Juliana
en prins
Bernhard.
Bij de laatste uitvaart begeleidden officieren van de Rijdende Artillerie de
affuit waarop de kist van de Prins was geplaatst. Op
Prinsjesdag
geeft een batterij van de Gele Rijders minuutschoten af van het moment dat de
Koningin het Paleis verlaat totdat zij daarin is teruggekeerd.
ARTILLERIE
Het woord artillerie is afgeleid van het Latijnse woord Ars (kunst), Tirare
(schieten) of Tollere (werpen). De naam Artilia (kunstig werktuig) was voor het
ontstaan van de artillerie een verzamelnaam voor oorlogswerktuig welke konden
werpen en slingeren ook wel bekend als spangeschut.
De Romeinen en Grieken gebruikten dit spangeschut in hun tijd voor belegeringen
door middel van onder andere catapulta’s. tijdens de middeleeuwen werd het
spangeschut ingezet bij de belegeringen van kastelen en steden. Men gebruikte
onder andere rottend afval, en vaten brandend pek om weg te slingeren.
Het eerste vuurschot werd gelost tijdens de honderdjarige oorlog (1340-1450), de
toenmalige kanonnen konden maximaal 12 stenen afvuren met een bereik van 750
meter.
In de 15e en 16e eeuw ontwikkelde de klokkengieters handzamere en effectievere
kanonnen zoals de “bronzen Kartouw”en “slang”. Op een van de wielen werd tevens
een affuit geplaatst hierdoor kan het geschut ook in het veld gebruikt worden.
Hiernaast werd het buskruit gekorreld dit was effectiever dan de poedervorm
welke men eerst gebruikte.
Vanaf deze periode gebruikte men tevens ijzeren kogels, vuurballen en linnen
zakken gevuld met schroot en kogels om af te schieten
14e eeuw Nederland
Men schat dat in het midden van de 14e eeuw in Nederland het vuurgeschut in
gebruik werd genomen er zijn echter geen precieze datums hiervan bekend. In de
loop der jaren van de 14e eeuw beschikte de meeste steden over vuurgeschut, dit
veranderde de oorlogsvoering in Nederland voorgoed. Men gebruikte het vooral
voor stadsoorlogen en het belegeren van kastelen.
15e eeuw Bourgondische Rijk
In deze eeuw behoorde Nederland toe aan het rijkdom van de hertogen de Goede en
de Stoute. Zij stelde het gebruik van vuurgeschut onder toezicht van de staat.
Hiermee werden tevens de rangen kanon-of busmeester en meester der artillerie
ingevoerd. De mannen die het zware geschut ter water vervoerde werden “matrozen
van het geschut”genoemd, zij hielpen tevens bij de bediening. Daar het
“leger”steeds groter werd richtte hertog de Stoute in 1471 een beroepsleger op
waar ook de artillerie onder kwam te vallen.
Toen in 1515 Karel de V Heer der Nederlanden werd richtte hij diverse
artilleriescholen op om te zorgen dat de artillerie geoefend zou blijven.
Daarnaast werd in 1544 een standaardisatie van vuurgeschut ingevoerd. Men
beperkte het tot vijf verschillende kalibers om van de grote diversiteit die in
de loop der jaren was ontstaan af te komen.
16e – 17e eeuw De tachtigjarige oorlog
De tachtigjarige oorlog duurde van 1568 tot 1648 deze oorlog ontstond door
verzet tegen het Spaanse gezag en de geloofsvervolgingen. Omdat Nederland
verliezen leed bij diverse steden besloot men tegen het einde van de 16e eeuw om
de uitmuntende militair strateeg Prins Maurits (zie portret links) tot
opperbevelhebber te noemen van een klein maar goed getraind leger waarin de
artillerie een belangrijke rol speelde.
Onder zijn bewind werd het artilleriesysteem drastisch vernieuwd. Men
standaardiseerde het geschut tot vier kalibers; de hele, de halve, de kwart en
de achtste kartouw.
Het aantal stukken werd flink uitgebreid door een gieterij te openen voor
staatsgeschut in Den Haag.
Op 15 maart 1590 werden de eerste twee vuurmonden afgeleverd. Dit is dan ook
“het geboortejaar”van de artillerie. Tijdens de tachtigjarige oorlog werden de
eerste officieren functie benoemd het betrof hier generaals der artillerie. Deze
generaals hadden het voor het zeggen over de manschappen die werden ingehuurd,
in deze tijd bestond het leger nog niet uit vast personeel.
1793 Oprichting Korps Rijdende Artillerie
21 februari 1793.
Op 21 februari 1793 heeft Prins Willem V twee brigades Rijdende Artillerie
opgericht. Elk van deze brigades bestond uit twee compagnieën met in totaal 32
vuurmonden. Het Korps Rijdende Artillerie (KRA) diende als ondersteuning voor de
cavalerie met als voorwaarde dat deze artillerie brigade snel verplaatsbaar was.
April 1793.
Het Korps Rijdende Artillerie is sinds april 1793 volledig operationeel.
.
De Gele Rijders, Gunning en Pierson
Ondanks het feit dat het tehuis van de Rijders in Arnhem, de Willemskazerne, in
de oorlog een ruÏne werd en het Korps in mei 1946 werd opgeheven bij Koninklijk
besluit, bleef de band met en de herinnering aan de Gele Rijders bestaan.
Eveneens bij Koninklijk besluit werd in 1962 het Korps wederom opgericht. In
februari 1964 kreeg het Korps, het resultaat van een opgericht uniformcomité met
als voorzitter de heer D. Rooseboom, weer zijn nieuw (50) ceremonieel tenue.

Gele Rijders op de markt in
Arnhem 1e Lnt. Hoogendoorn
In 1963 kwam ik van de Kaderschool te Breda naar Arnhem, in de Oranje Kazerne
als wachtmeesterwaarnemer. Vanaf september 1963 tot november 1964 diende ik bij
de 11e afdeling Rijdende Artillerie in de Oranjekazerne te Schaarsbergen. Het
was een prachtige tijd en in 1963 was men nog trots om bij het "Keurkorps"der
Artillerie" te mogen behoren. Ik weet niet of dat nu nog zo is. Lange haren of
baarden waren er toen niet bij. Ook de paarden waren in 1964 nog niet in zicht.
Die kwamen pas later.

wachtmeester Rijnbende (391121323) in 1964 wachtmeester Hans en broer
sergeant Leopold
In mei 1964 oefende het Korps voor de NATO Taptoe in Arnhem op het plein voor de
Sabelpoort, nu parkeerplaats.

Batterijcommandant Kapitein
Steemers Commandant van de 11e afdeling der Gele Rijders
Overste Gunning

wachtmeester Bodt en kapitein Steemers

Voor de Sabelpoort in Arnhem mei 1964, Hans, tweede van
rechts
Perfect gekleed
In 1999 zijn de Gele Rijders verhuisd naar de Tonnetkazerne in ’t Harde.