29 april j.l. zit ik tijdens een vergadering van het 4 en 5e mei Comité te notuleren, gaat opeens de kamerdeur open en komt Hermien, gevolgd door de burgemeester Petra van Wingerden, haar secretaresse Sophia Heijting, fotografen, kinderen, kleinkinderen en vrienden de kamer binnen. Ja hoor, een Koninklijke Onderscheiding: lid in de Orde van Oranje Nassau. Een complete verrassing, waar ik erg trots op ben.

             

En een bloemetje voor Hermien zonder wiens hulp             Een prachtige bos bloemen van o.a. Vreedenhoff

ik het allemaal niet voor elkaar gekregen had.

 

            

Opgetrommelde vrienden, Wim Smit, Ds. Ekkehard Muth          Wim van Giessen die het voorbereidende werk heeft gedaan.

en de initiatiefnemer Piet de Lepper.

 

Dank aan mijn fotografen, zoon Wouter en vriend Ben Teunissen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

HET DORP RHEDEN

 

 

 

De Rheder Enk

 Het Pannenkoekhuis “Strijland” is tegenwoordig en ook al jaren hiervoor een begrip in de gemeente Rheden en wijde omgeving. In 1887 wordt de lijn van de “Geldersche Stoomtram Doetinchem-Dieren” uitgebreid met de lijn Dieren-Velp. 24 keer per dag rijden de stoomtrammetjes langs de kleine dorpen in het groen en op 30 juli 1887 wordt met een versierde feesttram de lijn geopend. In augustus van dat jaar  vervoerde men al meer dan 27.000 bezoekers.  In 1888 begint men met de bouw van een café, wachtkamer en pension “Zomerzorg” en in korte tijd worden zowel “Pension Zomerzorg” als Halte “Strijland” een begrip.

 

In 1958  beginnen Joop en Hennie Westdijk er hun restaurant en in 1967 het nu vermaarde Pannenkoekhuis, nu gerund door hun zoon Hans Westdijk. Alles ten westen van Strijland heette de Worth-Rheder Enk en alles ten oosten de Rheder Enk. Vanuit Strijland keek men in die tijd over goudgele korenvelden en de weg naar De Steeg was een prachtige laan met aan weerszijden beukenbomen. Voor de Havelandseweg lag rechts het hotel de “Zijpenberg”, nu beter bekend als “Iris” van begrafenisonderneming “Iris en de Mol”. De fundamenten van de geheel onderkelderde, mooie Jugendstilvilla “Iris”dateren van ± 1880.  In 1917 is het in handen gekomen van een man die planter was in Nederlandsch- Indiё. Hij liet het toenmalige woonhuis verbouwen tot de villa, zoals deze er nu staat, met spouwmuren, dit in tegenstelling tot de naburige panden uit dezelfde periode. Prachtig zijn de nog overgebleven ornamenten in art-decostijl. De planter heeft hier en in Nederlandsch-Indiё zijn oude dag doorgebracht en had een schildersatelier aan huis. Nadat de planter was overleden (of verhuisd) is het woonhuis in de 30er jaren overgegaan in de handen van een hotelier. Het werd een gerenommeerd hotel met de naam “De Zijpenberg”. Waarschijnlijk is in deze periode ook een stookoven voor de centrale verwarming van het pand in de kelder ondergebracht. Deze stookoven had als brandstof cokes en moest met de hand gestookt worden. De stookoven is tot in de 60er jaren gebruikt.

 

De Havelandseweg

 

“Haveland” is de naam van een stuk bouwgrond aan de Schaarweg nabij de IJssel. Het wordt genoemd in een bewijs van eigendom voor de heer Nicolaas Jan Albertszoon Heloma, medeoprichter van de Meteoor, gedateerd 1 november 1906. In de raadsvergadering van de gemeente Rheden op 30 oktober 1978 wordt voorgesteld om het industrieterrein te Rheden de naam te geven van “Haveland”. Aan deze Havelandseweg woonde een tijdje de eerder genoemde familie Mac Leod.

Van de Havelandseweg kon men via de inmiddels verdwenen IJsselweg op de Veerweg komen. Op de hoek van de Havelandseweg en de Veerweg stonden in vroegere tijden het postkantoor, daar tegenover de muziektent.(foto 11) en op de andere hoek de oude Gereformeerde kerk.

De eerste steen voor de muziektent werd gelegd in 1927 en op een maandagavond  in mei 1928 geopend door de toenmalige burgemeester van Rheden, de heer Bloemers. Het Rhedens Fanfarecorps, opgericht in 1896, gaf acte de présence en de trotse oprichters van de muziektent, de heren C.R.W.J. Menthen, A.B. van Zadelhoff en H. de Vries werden voor de muziektent op de fotografische plaat vastgelegd. Aan het terrein achter de muziektent was het voetbalveld van de  VV Rheden, nu het terrein van Thomassen.

 

 De Groenestraat in Rheden

 

Evenals de Groenstraat in Worth-Rheden, een prachtige laan met eikenbomen welke van huize “De Brink” naar de IJssel liep, is de naam ontstaan doordat de boeren op de weiden hun vee konden inscharen, aldaar laten grazen. Het was een prachtige straat met Lindebomen en groene bermen aan weerszijden.

Het is haast niet te geloven dat zo’n honderd jaar geleden de Groenestraat, na hevige regenbuien, een kolkende watermassa was. De weg was één grote geul die aan de rechterzijde wel een meter en aan de linkerzijde een halve meter lager lag dan het omringende land. De meeste boerderijen liggen dan ook met de zijgevel naar de straat gekeerd, (foto12a) zodat zij onbedreigd waren voor het water, dat na een stevige regenbui van de heuvels door de straat stroomde, alles meesleurend wat er in de weg lag. Riolering was er nog niet, dus is het voor te stellen, dat het een grote smeerboel was. Op de hoek van de Groenestraat en de Arnhemseweg bij het pension “Slotboom”, nu het huis van Dr. Bekkering, lag In een schuur een bruggetje klaar, zodat de mensen met droge voeten van de Arnhemsestraat naar de Veerweg konden komen.  De Veldbèèk werd het door onze voorouders genoemd en al gauw wist men het overal: “Arnhem is een stad, Vellup is nog wat, Rozendaal is een bomenboel, maar Reejen is een modderpoel”.

De Groenestraat ter hoogte van onze boerderij. Zie de Groene bermen

en de prachtige bomen

.

Ook in de winkelstraat is veel veranderd. Op het pleintje voor eetcafé “Het wapen van Rheden”, toen Café Aalders alias  “De drie sneetjes”, werd de Rheese kermis gehouden. Tjongejonge, wat werd er toen gedronken; de cafés zaten propvol en menig vechtpartij vond daar zijn begin. Men stelde zich echter als één man te weer tegen een Velpenaar als die zich, na het betreden van Rhedens grondgebied, met een Rhedens meisje begon te bemoeien, waarbij men luide het schone lied aanhief: Rheejen boven, Rheejen boven, Vellup in de geut”

Boerderijen zijn verdwenen en wie kent nu nog het café “Het Zwaantje” van Hendrik Jan en Johan Krasenberg. Op het uithangbord stond een prachtige zwaan; een waar meesterstuk van schilderkunst. Begin mei werden de paarden en de “beesten” ingeschaard.(de Schaarwei was een gemeentewei waar de boeren tegen betaling hun vee konden laten grazen). Na het inscharen werd dan bier gedronken in café “Het Zwaantje”. Dit bier werd door het Marktbestuur gratis verstrekt(het z.g. Scheuterbier). Een van de zonen van Krasenberg was zondagschoolmeester en speelde ook orgel. Het verhaal luidt, dat, wanneer de dominee met zijn preek begon, hij snel naar huis ging om een bakkie koffie te drinken. Precies op tijd was hij dan weer in de kerk terug om zijn taak als organist te vervullen.

De Groenestraat eindigde bij de Laak. Deze Laak, een oud woord voor grens, vervulde een belangrijke taak. Al het overtollige water van Worth-Rheden en Rheden kwam via de Laak bij het haventje van de “Oude Mul”, niet ver van het Veerhuis, weer in de IJssel terecht. En zo hield menig Rhedenaar droge voeten.  Nu was niet iedere Rhedenaar bang voor natte voeten, want menigeen dook ter verfrissing in de zomer het haventje bij het Veerhuis in of bij het zwembad gelegen in de IJssel. Gelukkig kwam er in Rheden een prachtig nieuw zwembad dat op 15 mei 1963 geopend werd door de toenmalige burgemeester van Rheden,  Drost. In 1984 werd er een grote glijbaan geplaatst en het grootste aantal bezoekers op één dag was 5800. Vlakbij het zwembad aan de IJsselsingel ligt de Broekveldseweg. Volgens oude bewoners van Rheden lag achter de eerste gemeentewoningen aan de Broekveldseweg “De Poel”, waar de inhoud van de beerputten uit Velp geleegd werd. Het moet er flink gestonken hebben. Uit de Velpse Courant van 2 maart 1934;

                                         Broekveldseweg eindelijk stankvrij!

 

Reeds lange rijd hadden de bewoners van de Broekveldschenweg en omgeving verzoeken gericht tot de bevoegde instanties om eens en voor altijd verlost te worden van den geweldigen stank die zich alom verspreidde als Hazelaar dagelijks zijn auto, volgepompt met den inhoud van den beerputten uit velp enz.kwam lossen midden in den kom van deze arbeiderswijk. Eindelijk is ons raadslid G. Bosveld er in geslaagd, in overleg met den chef van gemeentewerken, hieraan een einde te maken. Thans zal de wagen alleen aan den IJssel gelost kunnen worden, zodat den onwelriekende geur voorgoed in Broekveld verdwijnen zal. En gelukkig hebben de bewoners er nadien geen last meer van gehad.

 

Ons Huis

 

Centraal in het dorp staat “Ons huis” in 1909 gebouwd, mede door toedoen van Mr. Joan Gerard Wurfbain, de bewoner en eigenaar van het landgoed Heuven. Het gebouw vervult niet alleen  een centrale functie in het Rhedense dorpsgebeuren, maar het straalt ook schoonheid uit. Het is gebouwd in de voor die tijd kenmerkende Jugendstil, een kunststroming die tussen 1880 en 1914 op verschillende plaatsen in Europa opkwam, voornamelijk als reactie op het vormvervagende impressionisme. Een gemeenschappelijk kenmerk van deze jugendstil-stroming, in Frankrijk Art Nouveau genoemd, is het gebruik van golvende ornamentele lijnen, vaak in gedaante van gestileerde planten. Er voor de Rhedense leeuw, toen nog omgeven door een hekwerk dat in 1984, bij de aanleg van het plein, weggehaald is. Daarvoor stond de leeuw voor het oude gemeentehuis in De Steeg, even voor de spoorwegovergang. Op 20 augustus 1913 schonk een comité ter nagedachtenis aan de 100 jarige onafhankelijkheid van Nederland de leeuw aan de gemeente Rheden. “Neerlands Vrijwording dankbaar herdacht” staat er op te lezen.

In De Steeg  stond de leeuw met zijn achterwerk naar Rheden en Velp en dat vond men maar niks. Zo werd hij verplaatst  naar de huidige plek want daar kwam hij beter tot zijn recht.

 In juni 2001 werd een afgietsel van de oude leeuw op dezelfde plaats onthuld door de bekende schoolmeester Jan Bolink en kijkt deze nu weer vrolijk naar de gezichten van de Rhedenaren die op deze centrale plek aan het Meester van Leeuwenplein menig fijn uurtje   beleven.

 

De Dorpskerk

 

Het staat wel vast dat zich reeds een paar honderd jaar voor het begin van onze jaartelling in Rheden en Worth-Rheden kleine nederzettingen bevonden waarvan de bewoners op bepaalde plaatsen hun “heidense”godsdienstoefeningen hielden en wellicht is dus in ons dorp uit een aanvankelijk eenvoudig bouwsel de latere kerk ontstaan. De buurtschap, toen een honderdschap genoemd, moet al de naam Rheton of Rheten gedragen hebben. De oorsprong van de naam is niet bekend, waarschijnlijk  “plaats in ’t riet”. En daarom is het zo aardig, dat we plotseling jaartallen en gebeurtenissen tegenkomen die zekerheid verschaffen. Zo moet volgens de gevonden gegevens de Duitse koning Otto de grote, ook wel Otto 1 genoemd, een goed gelovig of in elk geval een gewetensvol en rijk man geweest zijn. Hij schonk namelijk “tot heil zijner ziel” aan het St. Mauritiusklooster te Maagdenburg een hoeve te Deventer; die bestond uit een boerderij met bijbehorende grond. Zo werden nog meer kleinere hoeven geschonken en hebben we kunnen vaststellen dat het op 28 augustus 960 was dat deze vorst, die blijkbaar in de meest afgelegen oorden bezittingen had, aan genoemd klooster “een hoeve te Rheton”, op de plaats van de huidige Gasthuisbouwing, in eigendom overdroeg.

De kerk had voor de kerkhervorming in 1517  St. Mauritius als patroonheilige. De naam, eenmaal met de kerk verbonden, bleef zo vast in gebruik, dat zelfs lang na de kerkhervorming,  de Rhedense geёrfden hun “Holtspraken” nog op de maandag na St. Mauritiusdag hielden. Het klooster te Maagdenburg zal dus na de schenking van de hoeve wel voor de naamgeving van de kerk gezorgd hebben.

Vanaf de kerkhervorming tot ongeveer 1950 had ons dorp een verhoudingsgewijs klein aantal Rooms Katholieke bewoners. Men ging in  De Steeg ter kerke en ook de kinderen gingen daar naar school. Pas in 1956 werd onder de leiding van de bouwpastoor van den Brink de Parochie Rheden aan de Massenweg gesticht en werd St. Mauritius weer als kerkpatroon gekozen.

De huidige toren van de Dorpskerk stamt uit de 12e eeuw, de kerk zelf is diverse malen gewijzigd. Ook vanuit de Kerkstraat heeft men een prachtig uitzicht over de kerk.

De kerk ligt aan de Dorpsweg welke, net als de Veerweg uitkwam bij het Veerhuis.

Historicus bij uitstek is de heer Frits Tesser uit Duiven. Van hem de uitleg over de parochies Rheden, Spankeren en Dieren:

 

                                                   "PAROCHIE RHEDEN"

De eerste christelijke kerkgemeenschap in Rheden ontstond omstreeks 960, toen koning Otto I een hoeve (land) in Rheton (Rheden) schonk aan het door hem gestichte Sint-Mauritiusklooster in Maagdenburg. Vrij spoedig daarna bouwden  de Benedictijner broeders in de villa Rheton een  houten kapel (met lemen wanden), die evenals het klooster aan Sint Mauritius werd  toegewijd. De kapel met bijbehorende grond moet niet lang daarna in handen van de bisschop van Utrecht zijn gekomen, want op 18 november 1006 schonk bisschop Ansfried (995-1010) het bezit aan de door hem gestichte Benedictijner abdij op de Hohorst (nu ziekenhuis Heiligenberg) bij Amersfoort. Het Benedictijner klooster werd rond 1050 naar Utrecht overgebracht en staat sindsdien bekend als de Sint-Paulusabdij. De abdij maakte met de drie kapittelkerken deel uit van het bekende Utrechtse kerkenkruis met in het hart de domkerk. De Paulusabdij bezat in Rheden het collatierecht en een aanzienlijk goederenbezit met de smalle tienden uit een aantal hofsteden. Belangrijk was ‘den hof tho Reeden’, die  vóór 1294 werd verkocht aan de graaf van Gelre en later in leen werd gegeven aan  de heren van Middachten De Paulusabdij behield het collatierecht tot de Reformatie c. 1570, d.w.z. het bestuur van het Utrechtse klooster benoemde de pastoor van de Mauritiusparochie in Rheden, eventueel in samenspraak met de aartsdiaken van de Veluwe,  de proost van het Sint-Pieterskapittel in Utrecht. 

 

                                                                       PAROCHIE DIEREN

De parochie Dieren ontstond in de tijd, toen de Hof te Dieren deel uitmaakte van het  goederenbezit van Sint  Simon en Judas abdij in Goslar.  De hof was   waarschijnlijk door keizer Hendrik III, bouwheer van de abdij, met vele andere landgoederen uit zijn koninklijke bezit, rond 1051 (wijdingsjaar      van de abdijkerk) aan het Sticht in Goslar geschonken. In 1168 werd de Hof te Dieren (met de parochiekerk) door de abdij teruggegeven aan  keizer Frederik I      Barbarossa, die daarmee graaf Engelbert van Berg  beleend. Zijn zoon Adolf III van Berg schonk tijdens de Vijfde Kruistocht bij de belegering van Damiate in 1218 de Hof aan de Duitse Orde. De Orde bezat vanaf het begin het collatierecht en de commandeur van Koblenz, waaronder de Hof viel, benoemde in overleg met de aartsdiaken van Sint Pieter in Utrecht de pastoor van de parochie Dieren, die een  priesterbroeder van de Orde was. Begin 1300  bouwden de broeders van het Duitse Huis een stenen kapel (kerk) links van de boerderij c.q. commanderij (vanaf de Arnhemsestraatweg gezien). In 1315 (juiste datum?) gingen de parochierechten van de oude, houten parochiekapel, die werd afgebroken, over naar het nieuwe kerkgebouw op het terrein van de Hof. De parochianen van Dieren konden nu in een betere behuizing ter kerke gaan. In 1629 werd de commanderij door muitende Spaanse huurlingen grondig verwoest; ook de parochiekerk liep zware schade op. Na de overname van de commanderij door stadhouder Willem II in 1647 werd de kapel vijf jaar later, in 1652, afgebroken. De parochianen zagen zich genoodzaakt in Sprankeren naar de kerk te gaan.

 

                                                                Parochie Spankeren

De ‘Curtis ‘(hof) in Spankeren’ wordt voor de eerste keer vermeld in een oorkonde van 1179, toen Hendrik uit Zutphen een eiland in de IJssel met bijbehorende visrechten overdroeg aan de Spankerense hof, die in bezit was van het klooster Oostbroek in Utrecht. Vóór 1294 moet de hof aan de Gelderse graven zijn gekomen.  Wanneer en door wie de kerk werd gebouwd is niet bekend. Wel weten we dat de eerste stenen bouwwerk uit de 11e eeuw dateert In 1307 werd het patronaatsrecht van de Petruskerk door graaf Reinald I van Gelre (1271-1325)  aan de broeders van Sint Jan in Arnhem geschonken. Verschillende Johannieterbroeders die in Spankeren pastoor zijn geweest, zijn met naam en toenaam bekend: broeder Teleman (1340), br. Arnold ten Byvange (1351), br. Gerrit van der Eijdt (1364), br. Hendrick van Nulde (1434) enz. Met de Reformatie kwam aan de zielzorgactiviteiten van de Johannieters een einde. De twee kerspelen Dieren en Spankeren werden toen gecombineerd In 1595 kreeg Spankeren de eerste gereformeerde predikant, Leonardus Holzbergen, die tevens Ellecom bediende. De dubbele dienstverlening bleef tot 1734 bestaan.

.

 

                                           Het Veerhuis

 

Dorpsgenoten jonger dan 40  jaar hebben het Veerhuis niet meer meegemaakt. Met de Dorpskerk was het een van de gezichtmakende beelden van Rheden. Van verre zag je en het Veerhuis en de kerk al liggen. Al in de 17e eeuw stond het in de wijde omgeving bekend en voor de afbraak in 1969 hebben heel wat personen gebruik gemaakt van de het pontveer “Zeldenrust” om hun reis van Rheden naar Doesburg voort te zetten. Het Veerhuis had ook nog een andere functie; de ambtsjonkers vergaderden in het Veerhuis. Deze ambtsjonkers vormden in die tijd het bestuur van het Schoutambt Rheden.  Bekende ambtsjonkers waren Daem van Heerdt en Johan van Meeckeren. Naar hen zijn straten vernoemd.

                                     de Veerweg, met links de winkel van de Fa. Hagen

Op 17 oktober 1573 werden de schoutambten Rheden en Velp samengevoegd tot één bestuurlijke eenheid. Dit gebeurde onder druk van de oprukkende Spaanse troepen. De schout was, als vertegenwoordiger van de Landheer, de hoogste gezagsdrager. In 1592 vond een verandering in het bestuur plaats. De jonkers verlangden invloed in het ambtsbestuur. Het college van ambtsjonkers kwam in 1582 voor het eerst in vergadering bijeen op kasteel Biljoen. Ambtsjonker werd je niet zo maar. Je moest 22 jaar oud zijn, uit een riddergeslacht komen, de Hervormde eredienst belijden(na 1732) en 25 morgen land ter waarde van 12.000 daalders onbezwaard in eigendom hebben. In 1681 werd de dorpsgemeenschap opgeschrikt door een moord, die in het Veerhuis was gepleegd. Het was niet zo maar een moord, nee, de aanstichter was een ambtsjonker die door zijn aandeel in de aldaar gepleegde moord uit zijn ambt werd ontheven. Deze ambtsjonker was Herman van Deelen en woonde op het Hof te Loo in Spankeren. Maar de daadwerkelijke moordenaar was zijn broer Valenus.

Veel schippers van binnenvaartschepen legden even in het haventje van het Veerhuis aan om te overnachten en iets in de gelagkamer te gebruiken en ik vermoed, dat menig Rhedens echtpaar elkaar bij het Veerhuis de liefde heeft verklaard. Door uitbreiding van de betonfabriek de Meteoor, in 1907 opgericht door W. Honig en N. van Heloma, werd het Veerhuis in november 1969 afgebroken en de IJssel ingeschoven. Weer verdween er een stukje van ons culturele erfgoed. Betonplaten en een plaquette herinneren ons er aan waar het Veerhuis gestaan heeft.

Lopende vanaf het Veerhuis over de Schaarweg komen we dan uit op de Hoofdstraat in De Steeg en vervolgen we onze weg richting dorp De Steeg met de woorden in ons achterhoofd: In Rheeje snijden ze dikke sneejen, maar als ze het je niet gunne, krijg je hele dunne”.

 

Wandeling door Rheden april 2009

 

Wij starten bij zaal Woerts.

 

Dit bekende café behoorde voor de oorlog aan de familie Bandel. Een gewoon dorpscafé,  ware het niet dar de Bandels in de oorlogstijd 4 joodse kinderen verborgen hielden, terwijl beneden in de gelagkamer de Duitsers zich vermaakten.

 

 

 

De kinderen hebben de oorlog overleefd en 16 april 1945 werden zij bevrijd. Ook de familie Peppelman aan de Steenbakkersweg hield joodse kinderen verborgen. Voor hen zal in 2010 een plaquette onthuld worden.

We lopen van zaal Woerts naar “Ons Huis”

 

Tegenover zaal Woerts is de Steenbakkersweg waar huizen neergezet werden voor de arbeiders van de Steenfabriek in de Waard.

Links hiervan ligt de Methorsterweg met het bekende café “De Stofwolk”

Links De Stofwolk

 

Het Café zit hier al sinds 1916, toen nog de naam Café de Methorst droeg, waar het al gauw de bijnaam de Stofwolk kreeg in verband met de werknemers van de steenfabriek die daar met hun bestofte pakken binnen kwamen en bij binnenkomst deze pakken uitklopten.

 

 

 

Het Café was toen nog eigendom van Jan Lankwarden, de vader van de huidige eigenaar Willy Lankwarden. Vanaf 1978 is Willy samen met zijn vader de zaak gaan runnen en vanaf 1988 is het Café volledig overgegaan naar Willy Lankwarden, waar hij nu samen met zijn vrouw Marjo de zaak runt.

 

 

 

 

Ons Huis

Centraal in het dorp staat “Ons huis” in 1909 gebouwd, mede door toedoen van Mr. Joan Gerard Wurfbain, de bewoner en eigenaar van het landgoed Heuven. Het gebouw vervult niet alleen  een centrale functie in het Rhedense dorpsgebeuren, maar het straalt ook schoonheid uit. Het is gebouwd in de voor die tijd kenmerkende Jugendstil, een kunststroming die tussen 1880 en 1914 op verschillende plaatsen in Europa opkwam, voornamelijk als reactie op het vormvervagende impressionisme. Een gemeenschappelijk kenmerk van deze jugendstil-stroming, in Frankrijk Art Nouveau genoemd, is het gebruik van golvende ornamentele lijnen, vaak in gedaante van gestileerde planten. Er voor de Rhedense leeuw, toen nog omgeven door een hekwerk dat in 1984, bij de aanleg van het plein, weggehaald is. Daarvoor stond de leeuw voor het oude gemeentehuis in De Steeg, even voor de spoorwegovergang. Op 20 augustus 1913 schonk een comité ter nagedachtenis aan de 100 jarige onafhankelijkheid van Nederland de leeuw aan de gemeente Rheden. “Neerlands Vrijwording dankbaar herdacht” staat er op te lezen.

In De Steeg  stond de leeuw met zijn achterwerk naar Rheden en Velp en dat vond men maar niks. Zo werd hij verplaatst  naar de huidige plek want daar kwam hij beter tot zijn recht.

 In juni 2001 werd een afgietsel van de oude leeuw op dezelfde plaats onthuld door de bekende schoolmeester Jan Bolink en kijkt deze nu weer vrolijk naar de gezichten van de Rhedenaren die op deze centrale plek aan het Meester van Leeuwenplein menig fijn uurtje   beleven.

Van Ons Huis lopen we door de schoolweg naar de Groenestraat. Aan de schoolweg  het plein met de leeuw. Hier stond de openbare school van meester meester B van Leeuwen, oprichter van o.a. het Rhedens Fanfarecorps. In juni 2001 kreeg het plein een nieuwe leeuw. De oorspronkelijke leeuw stond bij het oude stadhuis op de grens van De Steeg en Rheden.

Aan de Schoolweg, woonhuis nr.15 stond vroeger een winkeltje met de naam “De Krimp” Hier haalde de jeugd in vroegere tijden haar snoep. Van de Schoolweg lopen we naar de Groenestraat. Lang geleden kon je er bijna niet lopen, omdat het regenwater uit de heuvels met alle troep daarin voorbij stroomde naar de Laak.

 

 

                 De winkel van Meerdink in het begin                                                               en later, nu de Coöpwinkel

 

Het laatste huis rechts is de winkel van Herman Bremer, de mede-organisator van het Schaapsscheerdersfeest dat altijd op de 3e zaterdag van juni gehouden wordt. Dit is een zeer oud huis met een middeleeuwse kelder, vroeger bewoond door de welgestelde familie van Zadelhoff.

 

De middeleeuwse kelder onder de zaak van Bremer in de Groenestraat

 

Zij bezaten veel landerijen en eigendommen in onze gemeente. Een bekende “van Zadelhoff” is de landelijke bekende makelaar. De kledingzaak aan de overkant was het woonhuis van de koster van de Dorpskerk.

Links de winkel van Herman Bremer en rechts het Silo, de drukkerij van Rien Hesse

 

Voor  de kerk stond de boerderij van Krasenberg, een bekend café met de naam het Zwaantje.  Naast het Silo stond de bakkerij van van Essen . Deze familie had ook een bakkerij bij de Bronkhorst. Het Silo er naast is een gebouw uit eind 19e eeuw. Het werd indertijd gebouwd als catechesatieruimte voor de dominee welke in de Pastorie woonde. Voor de huidige pastorie stond eerst een andere woning.

 

 

De Dorpskerk

 

Het staat wel vast dat zich reeds een paar honderd jaar voor het begin van onze jaartelling in Rheden en Worth-Rheden kleine nederzettingen bevonden waarvan de bewoners op bepaalde plaatsen hun “heidense”godsdienstoefeningen hielden en wellicht is dus in ons dorp uit een aanvankelijk eenvoudig bouwsel de latere kerk ontstaan. De buurtschap, toen een honderdschap genoemd, moet al de naam Rheton of Rheten gedragen hebben. De oorsprong van de naam is niet bekend, waarschijnlijk  “plaats in ’t riet”. En daarom is het zo aardig, dat we plotseling jaartallen en gebeurtenissen tegenkomen die zekerheid verschaffen.

Zo moet volgens de gevonden gegevens de Duitse koning Otto de grote, ook wel Otto 1 genoemd, een goed gelovig of in elk geval een gewetensvol en rijk man geweest zijn. Hij schonk namelijk “tot heil zijner ziel” aan het St. Mauritiusklooster te Maagdenburg een hoeve te Deventer; die bestond uit een boerderij met bijbehorende grond. Zo werden nog meer kleinere hoeven geschonken en hebben we kunnen vaststellen dat het op 28 augustus 960 was dat deze vorst, die blijkbaar in de meest afgelegen oorden bezittingen had, aan genoemd klooster “een hoeve te Rheton”, op de plaats van de huidige Gasthuisbouwing, in eigendom overdroeg.

 

De boerderij van Oosterink aan de toenmalige Gasthuisbouwing

 

 

De kerk had voor de kerkhervorming in 1517  St. Mauritius als patroonheilige.

De naam, eenmaal met de kerk verbonden, bleef zo vast in gebruik, dat zelfs lang na de kerkhervorming,  de Rhedense geёrfden hun “Holtspraken” nog op de maandag na St. Mauritiusdag hielden. Het klooster te Maagdenburg zal dus na de schenking van de hoeve wel voor de naamgeving van de kerk gezorgd hebben.

Vanaf de kerkhervorming tot ongeveer 1950 had ons dorp een verhoudingsgewijs klein aantal Rooms Katholieke bewoners. Men ging in  De Steeg ter kerke en ook de kinderen gingen daar naar school. Pas in 1956 werd onder de leiding van de bouwpastoor van den Brink de Parochie Rheden aan de Massenweg gesticht en werd St. Mauritius weer als kerkpatroon gekozen.

De huidige toren van de Dorpskerk stamt uit de 12e eeuw, de kerk zelf is diverse malen gewijzigd. Ook vanuit de Kerkstraat heeft men een prachtig uitzicht over de kerk.

De kerk ligt aan de Dorpsstraat  welke, net als de Veerweg uitkwam bij het Veerhuis.

Het hek bij de kerk stond vroeger langs de straat. Eén onderdeel van het oude hek aan de straat is nog te vinden.

 

 

De Ned. Hervormde Kerk met daarnaast het Ned. Herv. Verenigingsbebouw, nu de “Cirkel”

 

Naast de kerk stond het oude wijkhuis van het Groene kruis waar menige Rhedenaar lid van was.

Het is bijna niet voor te stellen dat in de Dorpsstraat vele winkels waren welke nu verdwenen zijn. Ik noem u twee slagers, Teunissen, en Pitlo,  een kachelzaak en de sigarenzaak van Lot Hagen.

En wat te denken van zaal Poelman waar menig feestje en bruiloften werden gevierd.

                                Zaal Poelman   

         

                                              Bakkerij Span                                       bakkerij Teunissen

                    

                         slager Bosveld                                                             Slagerij Hartgers

 

                                   

                                         

                                               Slagerij Hartgers

 Op de kruising met de Apolostraat , de straat rechts was er vroeger niet, kijken we de Dorpsstraat verder in. Rechts stond de “Oude Mul”, ook al weer van de eigenaar van Zadelhof, waar o.a. het graan de van Rhedense boeren gemalen werd. Het stond in verbinding met het haventje van Rheden al waar de goederen vervoerd konden worden per schip.

Lopen we de Dorpsstraat uit, dan komen we op de plaats waar tot 1969 het bekende Veerhuis stonde en enkele villa’’s  o.a. van dr. Beumer en steenfabrikant  Wenting .

 

 

 

                                                    Het Veerhuis

 

Dorpsgenoten jonger dan 40  jaar hebben het Veerhuis niet meer meegemaakt. Met de Dorpskerk was het een van de gezichtmakende beelden van Rheden. Van verre zag je en het Veerhuis en de kerk al liggen. Al in de 17e eeuw stond het in de wijde omgeving bekend en voor de afbraak in 1969 hebben heel wat personen gebruik gemaakt van de het pontveer “Zeldenrust” om hun reis van Rheden naar Doesburg voort te zetten. Het Veerhuis had ook nog een andere functie; de ambtsjonkers vergaderden in het Veerhuis. Deze ambtsjonkers vormden in die tijd het bestuur van het Schoutambt Rheden.  Bekende ambtsjonkers waren Daem van Heerdt en Johan van Meeckeren. Naar hen zijn straten vernoemd.

 

         

 

 

               

    Uitspanning?                                                 Ingang naar gelagkamer                           het in 1969 afgebroken vee

 

Op 17 oktober 1573 werden de schoutambten Rheden en Velp samengevoegd tot één bestuurlijke eenheid. Dit gebeurde onder druk van de oprukkende Spaanse troepen. De schout was, als vertegenwoordiger van de Landheer, de hoogste gezagsdrager. In 1592 vond een verandering in het bestuur plaats. De jonkers verlangden invloed in het ambtsbestuur. Het college van ambtsjonkers kwam in 1582 voor het eerst in vergadering bijeen op kasteel Biljoen. Ambtsjonker werd je niet zo maar. Je moest 22 jaar oud zijn, uit een riddergeslacht komen, de Hervormde eredienst belijden(na 1732) en 25 morgen land ter waarde van 12.000 daalders onbezwaard in eigendom hebben.

In 1681 werd de dorpsgemeenschap opgeschrikt door een moord, die in het Veerhuis was gepleegd. Het was niet zo maar een moord, nee, de aanstichter was een ambtsjonker die door zijn aandeel in de aldaar gepleegde moord uit zijn ambt werd ontheven. Deze ambtsjonker was Herman van Deelen en woonde op het Hof te Loo in Spankeren. Maar de daadwerkelijke moordenaar was zijn broer Valenus.

Veel schippers van binnenvaartschepen legden even in het haventje van het Veerhuis aan om te overnachten en iets in de gelagkamer te gebruiken en ik vermoed, dat menig Rhedens echtpaar elkaar bij het Veerhuis de liefde heeft verklaard.

Door uitbreiding van de betonfabriek de Meteoor, in 1907 opgericht door W. Honig en N. van Heloma, werd het Veerhuis in november 1969 afgebroken en de IJssel ingeschoven. Weer verdween er een stukje van ons culturele erfgoed. Betonplaten en een plaquette herinneren ons er aan waar het Veerhuis gestaan heeft.(foto 28)

Lopende vanaf het Veerhuis over de Schaarweg komen we dan uit op de Hoofdstraat in De Steeg en vervolgen we onze weg richting dorp De Steeg met de woorden in ons achterhoofd: In Rheeje snijden ze dikke sneejen, maar als ze het je niet gunne, krijg je hele dunne”.

 

We gaan linksaf de Apolostraat ( in de Griekse mythologie was Apollo de God van het licht en de zon, van zang- en dichtkunst) in en komen na een paar honderd meter op een bekend oud kruispunt. Links op de hoek bevond zich het oude postkantoor.

 Oude postkantoor, hoek Veerweg-Havelandseweg

 

Daar tegenover  de muziektent waarvan de 1e steen werd gelegd in 1927 met,  ook al weer, A.B van Zadelhoff  als een van de oprichters.

                                      Muziektent aan de Havelandseweg

 

 

 

We kennen allemaal de Oude gereformeerde kerk aan de Arnhemsestraatweg, maar is het u bekend dat op de hoek van de Havelandseweg en de Veerweg de 1e Gereformeerde Kerk stond?

 

                         

                                        waar is dit?

 

Achter het terrein van de muziektent waar nu de bedrijfshallen van Thomassen zijn lag vroeger het voetbalterrein van de voetbalclub Rheden. Ook werd er de kermis gevierd.

We gaan  linksaf de veerweg in. In vroegere tijden een belangrijke weg. Al het verkeer naar Doesburg ( via het Veerhuis) kwam hier langs en het zal u dan ook niet verbazen dat hieraan een bekend dorpscafé lag: “Café “De halve Maan”van de heer Velders. “Wie vermoeid is van het gaan, rust wat uit in de Halve Maan of Wie vermoeid is van het lopen kan bij Velders een borrel kopen.. Tot aan de beginjaren ’70 stonden er de “Armenhuizen”, waar de “Arme bevolking” voor lage huurprijzen konden wonen. Fijn, dat het nu niet meer bestaat. Diaconie .

 

Op Veerweg 57 had W. Kersten zijn winkel in rijwielen, landbouwwerktuigen enz. Op de hoek van de kerkstraat en de veerweg had de Fa. Minkman een zaak in televisie, Radio en Electriciteit en aan het eind van de Veerweg, bij de Groenestraat had J.O. Hagen een zaak met televisie Service en Instruktie. ( thans het winkeltje van Ellen)  Reeds voor de oorlog ontwikkelde Otto Hagen de eerste televisie. Hij was een bekende historicus en pianist entertainer van het dorp Rheden. En waar nu de pizzabakker is was een kruidenierswinkel van Hendrik van Essen en Grada Janse.

 

Op de hoek van de Arnhemseweg en de Groenestraat ligt het woonhuis van Dr, Bekkering eertijds het bekende pension “Slotboom”  Bij de halte “Strijland” haalde de heer Slotboom persoonlijk zijn gasten af met kruiwagen om de bagage te vervoeren.

Na honderd meter links ligt weer “Ons Huis” waar we de wandeling zijn begonnen

 

 

 

Rondleiding over de begraafplaats van Rozendaal

Woensdag 15 oktober leidde Sjef Hendrikx op deskundige wijze de gidsen van de wandeling door de acht dorpen rond over de begraafplaats van Rozendaal.

Vanouds werden de bewoners van het kasteel en de heerlijkheid Rozendaal begraven in en rond het kerkje de “Oude Jan” in Velp. Zo bevond zich onder het ( in 1841 afgebroken en na de 2e Wereldoorlog in 1949 weer gerestaureerde) priesterkoor een grafkelder van het geslacht Van Arnhem, terwijl het gewone volk op het kerkhofje zijn laatste rustplaats vond.

Het geslacht Torck, dat sinds 1721 het kasteel bewoonde werd daarentegen als vanouds bijgezet in een grafkelder te Wageningen. Wel een eindje weg, maar hun bezittingen liepen dan ook van Rozendaal tot Wageningen. Aanleiding om hier tegen 1840 verandering in te brengen zou de vroege dood geweest kunnen zijn van een of meer kinderen van de toenmalige kasteelbewoners, het echtpaar Torck-Huyssen van Kattendijke. Dit droeg waarschijnlijk bij tot het besluit een grafkelder te bouwen met het opschrift “Kasteel Rozendaal” in het bos ten noordwesten van het kasteel, vermoedelijk naar een ontwerp van de architekt J.D. Zocher Jr.

Rond de grafkelder liet de baron een stuk grond omsluiten en omheinen, zodat hier in het vervolg ook de overige Rozendalers konden worden begraven. Dit is nu het oudste gedeelte; links voorin de huidige begraafplaats. Het aanvankelijke bezwaar van de Rozendalers, om zomaar in het “Boers buschke” te worden begraven, begon te veranderen met de begrafenis van de baron en barones in respectievelijk 1842 en 1843 in dezelfde grafkelders. Later bleken ook voorname geslachten belangstelling te tonen voor deze laatste rustplaats. Zo zijn er de grafkelders van de geslachten Huyssen van Kattendijke en Luden.



De meest spectaculaire objecten van de begraafplaats zijn bijvoorbeeld het graf van De Genestet die gestorven is in 1861, het graf van de predikant-dichter Bernhard Ter Haar die in 1880 vlak bij de Genestet ter ruste werd gelegd in een graf dat in 1892, op initiatief van vrienden en vereerders werd voorzien van een fraai gedenkteken. Andere prominenten zijn o.a. de literator W.J. Hofdijk en de componist en dirigent L.F. Brandts Buys. Verder de heer Wurfbain van de Gelderse Toren en zijn vader de heer Wurfbain van Heuven. Helemaal achterin het oude gedeelte van de begraafplaats liggen de graven van de familie van Pallandt.
Wat ook opvalt zijn de naamloze graven van verscheidene Rozendalers en oudgedienden van het kasteel. Hun naam deed er kennelijk niet toe.

Reeds in 1866 moest de begraafplaats worden uitgebreid. Kort na 1900 gebeurde dat nog eens, waarbij een kleine aula tot stand kwam en in 1933 werd het complex nog eens aanzienlijk vergroot. Een fraaie beukenlaan scheidt nu vanaf de huidige hoofdentree het oudste en twee nieuwere delen, welke laatste op hun beurt ook weer door een laan zijn gescheiden. Inmiddels was in 1869 bij de wet bepaald dat iedere gemeente in Nederland moest beschikken over een openbaar kerkhof. In verband hiermee heeft de gemeente Rozendaal in 1872 een aparte, kleine begraafplaats met een lijkenhuisje laten aanleggen op enige afstand van de toen reeds bestaande begraafplaats aan de achterzijde In 1978 is de begraafplaats, eigendom van de familie Van Pallandt, door een legaat van de in 1977 overleden laatste baron, overgedragen aan de gemeente Rozendaal. Het werd daarmee een gewone gemeentelijke begraafplaats, hoewel inmiddels het oudste gedeelte van vóór 1933, de status van Rijksmonument heeft gekregen.

Door de baron is bepaald, dat de graven nooit geruimd mogen worden: eeuwige rust zou hun deel zijn. Om ongebreidelde groei te voorkomen is toen door het gemeentebestuur bepaald, dat alleen diegenen die tenminste 15 jaar lang ingeschreven zijn geweest in de gemeente Rozendaal in aanmerking kunnen komen voor een graf van twee personen. Sinds kort komen ook anderen in aanmerking voor een graf, maar dat mag na verloop van tijd dan wel geruimd worden. Mede om die reden is de begraafplaats in 2004 aanzienlijk uitgebreid en omgeven door een nieuw, metalen hekwerk.

Hans Rijnbende



Bron: J.A. Hendrikx
Foto’s: Hans Rijnbende

 

 

Contactadres/Secretariaat: Sophiastraat 42 - 6882 NL Velp (Gld.) e.olderikkert@planet.nl