|
[left.htm]
| |
Dag 13 Vendome - Tours 74 km
Donderdag 6 mei 2004
 |
| Vandaag een flinke rot-dag gehad. Regen...
regen... nog eens regen... en dan ook nog een onweersbui erbij. Helemaal doorweekt kwamen
ze in vandaag in Tours aan. Ze waren allebei zo koud (teletekst gaf een temperatuur af van
rond de 10 graden Celcius), dat ze het eerste het beste hotel hebben opgezocht, ongeacht
wat het kostte. Als het morgen weer zo plenst, dan blijven ze hier een dagje uitrusten
(hoewel ze achterliggen op het schema, hebben ze nog maar 1 van de 2 rustdagen genomen). Tours is "de" Pelgrimstad. De stad waar alle
Santiagogangers samenkomen alvorens hun rit naar Santiago te vervolgen. Tours ligt zo'n 50
km voor Veigne, het geplande eindpunt van dag 12. Het valt Pap & Hermien op dat het
overal dood en dood stil is. Alles lijkt wel uitgestorven. "Het lijkt wel alsof er
hier een atoombom is gevallen, je ziet helemaal niemand". Verder valt het op dat
niemand Engels spreekt, ook in de hotels niet. Wat zal dit in Spanje wel niet opleveren?
Pa kent nog wel een beetje Frans, maar helemaal geen Spaans...
Nb: En wat mij opvalt is dat ik niets hoor van
"kloosters" waar "gratis" overnacht kon worden, maar dat ik enkel hoor
van "hotels" (en die kosten meestal geld).
Vandaag had ik pap voor het eerst flink kuchend aan de
lijn. Hij heeft nog steeds last van de ontsteking in zijn longen, en is vandaag met de
medicijnen begonnen die hij heeft meegekregen. Ze verwachten dat de ritten vanaf nu wat
makkelijker worden. Als ik ze de term "Pyreneeën" voorhoud, voorziet pap daar
niet al te veel problemen; naar wat ze ervan te horen hebben gekregen klimt het daar
geleidelijker, en dat zou minder zwaar zijn; gewoon "een tandje lager fietsen".
|
Verslag Hans
Weer een dag met verrassingen. We begonnen weer met een behoorlijke klim maar hadden al
gauw het ritme te pakken. Het was een saaie dag, heuveltje op, heuveltje af. Maar, we
schoten aardig op. Binnen de kortste keren kwam Tours in zicht. "Nou", zei Attie
in een s.m.sje,"dat was zeker een hele toer" Bij de stad gekomen barstte de bui
los. Niet zomaar een buitje, nee, hozen. We waren al gauw doorweekt. De tocht over de brug
naar de stad was een verschrikking. We liepen over het trottoir, regen van boven, water
van opzij vanwege de passerende auto's. Bij het eerste de beste hotel aangebeld. Het deed
er niet toe wat het kostte. We wilden een bad en onze kleren drogen. Wat keek de man van
het hotel gek op, toen er twee verzopen katten, met natte bagage op zijn stoep stonden.
Wat is het dan heerlijk om na zo'n dag weer in een warm bed te kruipen. De beloning van de
dag!! Midden in de nacht ging opeens onze slaapkamerdeur open en kwam er een vreemde kerel
binnen. Het bleek een beveiligingsbeambte te zijn. Hij had beneden een sleutel zien
hangen
en hij wist, dat de kamer verhuurd was. Dit klopte dus niet. Waren de huurders nog niet
teruggekeerd? Nou, dan maar eens kijken . En zo kwam hij midden in de nacht onze kamer
binnen. Tja, bij onze komst hadden wij geen sleutel meegekregen. Zodoende.
De volgende dag...
|