|
[top.htm] |
|
[left.htm] |
Dag 36 - Ponferrada - Cebreiro 61km Zaterdag 29 mei 2004
Verslag Hans
Van Ponferrado, een drukke industriestad aan weerszijden van de Rio Sil, hebben wij niet veel gezien. De refugio waar we overnachtten was erg leuk, allerlei Nationaliteiten waaronder Nederlanders en een Amerikaan. We verlieten Ponferrada en volgden de snelweg, de N6. Het was niet al te druk en we wenden aan de passerende vrachtauto's. In Villafranca del Bierzo reden we langs een 16de eeuwse burcht de stad in. We zochten een fietsenmaker, want onze remblokjes moesten nodig vervangen worden. De man had deze zelf niet, maar gelukkig haden wij ze uit Nederland meegenomen. Achteraf is gebleken, dat de fietsenmaker ze er omgekeerd ingezet had, maar gefunctioneerd hebben ze. In Ambasmestas doken we een restaurant in en bestelden we wat te eten. En wie kwamen daar aan. Ko en Paula uit Heemstede. Ze bleven maar even binnen, want er wachtte hen (en ons) een van de zwaarste klimmen. Een paar km verder zagen we ze op een bankje zitten, boterham, appeltje enz. Ko zag het niet zo zitten. Moesten ze nou de snelweg blijven volgen, of links af, de pelgrimsroute volgen. Een plaatselijke bewoner wees ons de weg. Links af. Hadden we dat nou maar niet gedaan. Het werd de zwaarste klim van onze hele reis. Fietsen kon niet meer. Wij sleepten onze fietsen met bagage gewoon de berg over. Om de 50 meter stonden wij stil om op adem te komen. Wat duurt een kilometer dan lang. Maar goed, we hebben het weer gered en kwamen tegen half zes in Cebreiro,een dorpje dat je zo in de Middeleeuwen doet wanen of in de tijd van Astrix en Obelix. Het hotel was vol. In een van de huisjes stond een vrouw in de deuropening. Ik maakte met mijn handen een slaapbeweging. Ze knikte en ging mij voor het huis in. Resultaat; een prachtige slaapkamer met douche en alles er op en er aan. Naderhand ging ik naar haar toe om te vragen of de verwarming aan kon. We wilden onze natte kleren graag drogen. "Geef maar hier", zei ze. De volgende dag lag alles gewassen en gestreken voor onze slaapkamerdeur. Ko en Paula kwamen anderhalf uur later in Cebreiro. Paula was helemaal stuk, zo zwaar had ze het gevonden. Hotel dicht, refugio geen plaats. Ze waren kletsnat van de mist en moesten genoegen nemen met een plaats op de grond. Wat hebben wij dan geboft. Cebreiro is een van de oudste toevluchtsorden van de pelgrims en bestond waarschijnlijk al in de 9de eeuw. De huizen en muurtjes zijn op Keltische wijze gebouwd. Dit viel ons direct op want de bouwwijze kenden wij van de Dales in Yorkshire, Engeland. Ook daar hadden de Kelten gebivakeerd.
|